WELKE OUDER WIL JIJ ZIJN? VIER MANIEREN VAN OPVOEDEN
Veel ouders willen het anders doen dan hoe zij zelf zijn opgevoed. Anderen zoeken bevestiging van wat ze al doen. En soms sta je midden in een driftbui van je peuter in het gangpad van de supermarkt en denk je: ik wil niet schreeuwen, ik wil hem niet gillend in de winkelwagen wurmen, maar wat dan wél?
Er zijn een aantal herkenbare manieren van opvoeden. Elk met iets waardevols. Elk met iets waar kinderen tegenaan lopen.
Grenzen stellen
Een kind dat een grens krijgt gaat die grens testen. Altijd. Een peuter die op de grond ligt te schreeuwen. Een kind dat een grote mond geeft. Een puber die de deur dichtsmijt en je liefdevol toeschreeuwt dat je hem toch niet begrijpt. Dat testen hoort erbij. Kinderen ontdekken zo hoe de wereld werkt, wie jij bent als ouder, en of de grens overeind blijft.
Hoe jij op dat testen reageert heeft effect op hoe je kind straks op eigen benen staat. Veel kritiek vergroot de kans op minder zelfvertrouwen. Veel warmte en duidelijkheid vergroot de kans op een kind dat stevig in zijn schoenen staat. Als ouder heb je daar echt invloed op.
Dat vraagt ook wat van jou. Want die driftbui of die pittige puberreactie kan iets raken wat niet meer gaat over dat moment. Maar over je eigen ervaringen. Als jij bent opgegroeid met schreeuwen, bestraffen of beschamen, dan is dat het patroon dat er als eerste uitkomt als het spannend wordt. Je reageert dan vanuit emotie, onmacht of reflex. Je wilt het anders maar leert tegelijk iets nieuws aan én ontleert iets ouds. Met een kind voor je dat gewoon doet wat kinderen doen, met een brein dat nog volop in ontwikkeling is. Dat is best veel tegelijk.
Daarom staat bij elk model hieronder niet alleen wat de aanpak vraagt van je kind, maar ook wat het vraagt van jou.
Kleine tip als experiment. Het kan helpen om voor jezelf op een klein papiertje op te schrijven hoe jij je kind over achttien jaar de wereld in ziet gaan. Zelfverzekerd? Veerkrachtig? Nieuwsgierig? Schrijf op wat voor jou het belangrijkste is. Hang het ergens op waar je het af en toe terugleest. Na een tijdje kun je het bijstellen als dat beter past. Maar het geeft richting bij het kiezen van een aanpak die daarbij past.
1. Autoritair opvoeden (“omdat ik het zeg”)
De ouder bepaalt, het kind volgt. Regels zijn er om na te leven. De meeste mensen kennen dit van vroeger. De vader, de leraar, de dokter (de man) zei wat er ging gebeuren. Je at je bord leeg of je ging zonder eten naar bed. Er is weinig tot geen ruimte voor autonomie, om te zijn wie je bent en om te leren met emoties om te gaan. Voor niet wenselijk of ‘vervelend gedrag’ wordt vaak straf gegeven. Bijv. op de gang, huisarrest, enz. De ouder kijkt bij deze manier van opvoeden niet naar welk effect de opvoeding heeft op het kind en kijkt niet naar eigen fouten.
Wat het geeft: structuur en duidelijkheid. Kinderen weten waar ze aan toe zijn.
Wat het vraagt van een kind: de gehoorzaamheid komt voort uit angst. Kinderen leren wat ze moeten doen maar niet waarom. En niet vanuit een veilige setting. Onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Diana Baumrind (gepubliceerd tussen 1966 en 1991, breed herhaald door andere onderzoekers, meer info zie: parentingscience.com/authoritative-parenting-style) laat zien dat kinderen van sterk autoritaire ouders gemiddeld meer angst en minder zelfvertrouwen ontwikkelen, en vaker moeite hebben met zelfstandig beslissingen nemen. Onderzoek laat ook zien dat kinderen in straffende omgevingen/ opvoeden vanuit angst vaker liegen om straf te vermijden. (Talwar & Lee, 2011)
2. Permissief opvoeden (“alles uit liefde”)
Veel vrijheid, weinig regels, veel begrip (permissive parenting). Vaak verwart met positive parenting, zie punt 3). Ouders kozen voor warmte en wilden hun kind niet opzadelen met de strenge aanpak van vroeger. De ouders laten het kind vroegtijdig los om het zelf te ontdekken.
Wat het geeft: kinderen voelen zich gezien en geaccepteerd.
Wat het vraagt van een kind: zonder structuur weten kinderen niet waar de wereld ophoudt. Baumrind’s onderzoek laat zien dat kinderen van permissieve ouders gemiddeld meer moeite hebben met zelfregulatie. Bij tieners is er een verhoogde kans op impulsief gedrag en problematisch alcoholgebruik. Grenzen geven kinderen houvast, ook al lijkt het soms alsof ze er alleen maar tegenaan schoppen. Die grenzen maken de ruimte waarbinnen ze leren kleiner en daarmee overzichtelijker.
3. Gezaghebbend opvoeden en positive parenting (“warm én duidelijk”)
Dit zijn twee namen voor grotendeels dezelfde aanpak. Gezaghebbend opvoeden is de wetenschappelijke term, geïntroduceerd door Diana Baumrind. Positive parenting is de populaire uitwerking ervan, toegankelijker gemaakt voor een breed publiek. De kern is identiek: warmte én duidelijke grenzen, consequent zijn, en uitleggen waarom een regel bestaat.
Het kleine verschil zit in de nadruk. Positive parenting legt iets meer accent op het versterken van wat goed gaat. ”water the flowers, not the weeds”. Waar je aandacht naartoe gaat groeit. Dus het is geen apart model, het is een praktische uitwerking van dezelfde basis. Positief opvoeden dat goed wordt uitgevoerd is warm én helder over grenzen. Zonder die helderheid krijgt het terecht het stempel van een te softe aanpak. Dat zegt dan meer over de uitvoering dan over het model zelf.
Wat het geeft: Baumrind’s onderzoek, bevestigd in tientallen studies wereldwijd, laat zien dat kinderen van gezaghebbende ouders gemiddeld beter scoren op zelfstandigheid, zelfcontrole en welbevinden. Kinderen liegen hier ook gemiddeld minder, omdat de relatie veilig genoeg is om de waarheid te zeggen (Talwar & Lee, 2011).
Wat het vraagt van een ouder: meer dan het lijkt. Consequent zijn als je moe bent. Kalm blijven terwijl je kind je uitdaagt. En uitleggen terwijl je eigenlijk wil dat ze gewoon even doen wat er gevraagd wordt. Je leert er als ouder erg veel van over jezelf. Hier komt de uitdrukking ‘kinderen zijn net spiegels’ volledig tot z’n recht. Deze ouders vragen zich af waarom precies die reactie van hun kunt zoveel bij hen losmaakt. En kunnen (of leren steeds vaker) hun eigen emoties en die van hun kinderen los van elkaar zien.
4. Verbindend gezag en geweldloos verzet (“warm én standvastig”)
Ontwikkeld door de Israëlische hoogleraar psychologie Haim Omer, in Nederland bekend geworden via Eliane Wiebenga en Hans Bom van het Lorentzhuis. Oorspronkelijk bedoeld voor gezinnen met kinderen met ernstige gedragsproblemen. De houding erachter wordt inmiddels breder toegepast.
De kern: als ouder verschuif je van “hoe zorg ik dat mijn kind doet wat ik wil?” naar “hoe blijf ik aanwezig, kalm en duidelijk, ook als het schuurt?” Gedrag begrenzen én blijven investeren in de relatie. Ook als je kind zich van zijn moeilijkste kant laat zien.
Dit model stelt explicieter dan de andere de vraag wat er bij jou als ouder gebeurt als het spannend wordt. Maar die vraag is eigenlijk bij elk model (op model 1 na) relevant. Je kunt nog zo goed weten welke aanpak je wilt hanteren, als het echt schuurt val je gemakkelijk terug op wat je kent. De andere modellen hierboven gaan ervan uit dat je die zelfregulatie al redelijk in huis hebt. Dit model helpt je er actief mee aan de slag te gaan.
Wat het vraagt van een ouder: geduld en uithoudingsvermogen. De stevigste wetenschappelijke onderbouwing ligt bij zwaardere problematiek, al worden de principes breed erkend als waardevol. Verbindend gezag als begrip bestond trouwens nog niet toen Baumrind haar onderzoek deed. De methode is jonger en de wetenschappelijke basis groeit nog.
Wil je hier meer over weten? De geweldloze podcast van Marieke van Ginneken en Ilse van den Heuvel gaat er uitgebreid op in.
Het verschil tussen methode 3 en 4 zit em vooral in de oorsprong. Methode 3 is meer algemeen voor alle gezinnen en methode 4 is oorspronkelijk ontwikkeld voor situaties die echt vastlopen. Agressie, escalatie, schoolweigering, machteloosheid. De principes worden nu breder toegepast maar de methode is scherper en concreter uitgewerkt voor moeilijke situaties.
Kortom: gezaghebbend opvoeden is de basis. Verbindend gezag is wat je extra nodig hebt als die basis onder druk staat.
Geen model past altijd perfect
De modellen hierboven zijn geen ‘gij zult het zo doen’. Veel ouders herkennen zich in meerdere aanpakken tegelijk. En soms past een aanpak goed bij een ouder maar minder bij een specifiek kind. Een kind met veel energie en een sterke wil vraagt soms iets anders dan een gevoelig en teruggetrokken kind.
Wat de aanpakken gemeen hebben is de basis: warmte én duidelijkheid. Gedrag afkeuren is iets anders dan een kind afwijzen. Consequent zijn telt meer dan perfect zijn. En wat je doet ná het moment dat het misging telt minstens zo zwaar als het moment zelf.
Verder verdiepen?
De onderstaande Instagram accounts zijn Engelstalig maar toegankelijk en inspirerend. Elk sluit aan bij een of meerdere modellen hierboven.
- @simplyonpurpose — Ralphie Jacobs over positive parenting. Focus op wat goed gaat versterken.
- @drbeckyatgoodinside — Dr. Becky Kennedy over verbinding als basis voor grenzen stellen.
- @kiergaines — Kier Gaines, licensed therapist, over zelfkennis als vertrekpunt voor ouderschap.
- @sharnyandjulius — Sharny & Julius over ouder als leider, structuur en consequent zijn vanuit een no-nonsense aanpak. Vooral voor ouders met pubers (en als je fitness interessant vindt).
Lees ook
- Kennisitem: WELKE OUDER WIL JIJ ZIJN? vier MANIEREN VAN OPVOEDEN
- Kennisitem: Ze is 9 JAAR. En je denkt ”wat is er met mijn kind aan de hand?”
- Parent hack: Parent hack: het magische voorwerp
Terug naar Grip op opvoeding