GRENZEN STELLEN

In het kennisitem WELKE OUDER WIL JIJ ZIJN? vier MANIEREN VAN OPVOEDEN staat de vraag centraal welke ouder jij wilt zijn. En wat je kind over achttien jaar meeneemt de wereld in. Grenzen stellen is een groot deel van dat antwoord. Want een kind dat leert wat wel en niet kan, wat van hem verwacht wordt en dat jij daar rustig maar duidelijk in blijft, heeft daar zijn hele leven profijt van.

Alleen is grenzen stellen in de praktijk een stuk lastiger dan het klinkt.

Kinderen doen wat werkt
Als je kind een grens krijgt en daar niet blij mee is, laat dat merken. Huilen, boos worden, mokken, zeuren, de slachtofferrol pakken. Dat voelt voor veel ouders als manipuleren. Maar dat is het niet, tenminste niet bewust.

Een kind leert van jongs af aan wat effect heeft. Als huilen ervoor zorgt dat jij de grens verzacht, dan werkt huilen. Als boos worden jou onzeker maakt of een schuldgevoel geeft en je terugkrabbelt, dan werkt boos worden. Het kind kiest die strategie niet bewust. Het ontdekt gewoon wat werkt. En wat werkt, herhaal je.

In de psychologie worden dit overlevingsstrategieën genoemd. Ze zijn slim, ze zijn effectief, en ze zijn volkomen begrijpelijk. Maar ze hebben een keerzijde, daarover zo meer.

Wanneer is het echt en wanneer is het een strategie
Dit is precies waar het ingewikkeld wordt. Want soms is de emotie zoals verdriet echt. Soms is het een strategie. En heel vaak is het allebei tegelijk.

Een peuter dat huilt omdat ze geen snoep mag heeft écht verdriet. En ze leert tegelijkertijd of dat huilen helpt. Een kind van tien dat ontzettend boos wordt als je de iPad wegpakt ervaart dat echt als onrechtvaardig. En het kijkt ondertussen hoe jij reageert.

Je hoeft dat onderscheid niet altijd perfect te maken. Wat telt is dat jij de grens houdt, ongeacht de intensiteit van de reactie. Het gevoel telt nog steeds. Maar de grens en het gevoel zijn twee verschillende dingen. Je kunt het gevoel erkennen én de grens laten staan.

Dat hoeft niet met een script. Wel altijd oprecht. “Ik snap het.” Of als de ergste emotie is afgezakt vragen of ze een knuffel wil. De toon doet vaak meer dan de woorden. Wist je trouwens dat een emotie maar 90 seconden duurt. Wat wij er vervolgens mee doen in ons brein (analyseren, herkauwen, labelen, enz.) zorgt ervoor dat we er veel langer, soms dagen last van hebben. Daarom helpt het altijd om een emotie er even door te laten (emotie – motion – beweging) en dan is het weer weg. Het zegt iets over je of over je kind. Want niet iedereen heeft dezelfde emotie bij dezelfde situatie. Erg interessant maar voor een ander kennisitem. Terug naar grenzen.

Wat er gebeurt als de grens het niet houdt
Als een kind merkt dat zijn strategie niet werkt, probeert het een andere. Harder huilen. Bozer worden. De slachtofferrol verder aanzetten. En als dat dan wél werkt, leert het: ik moet het alleen groter aanpakken.

Zo creëer je als ouder onbedoeld extremer gedrag. Het is dan niet dat je kind moeilijk is. Maar het heeft geleerd dat harder inzetten loont.

Dat zie je ook terug bij straffen en beschamen als reactie op gedrag. Een kind dat wordt beschaamd of gestraft leert niet waarom iets niet mag. (Blaming&shaming: Zo kun je toch niet met iemand omgaan, dat is zielig voor de ander, je snapt toch dat dat niet kan, waarom heb dat gedaan, wat bezielde jou, ben je gek geworden, enz. Ook toon speelt hier een grote rol.)Het leert hoe het de volgende keer niet gepakt wordt. De kans op liegen neemt toe. Anderen de schuld geven ook. Want dat zijn effectieve strategieën om straf te vermijden (Talwar & Lee, 2011; parentingscience.com).

Per leeftijd: wat werkt
Peuter (2-4 jaar)

Je peuter wil geen jas aan. Gaat op de grond liggen, begint te schreeuwen en te huilen.

Een peuter in volle driftbui is even offline. Overweldigd door emotie, (ontstaat sneller bij: moe, hongerig, uit het ritme, overprikkeld na een lange dag). De prefrontale cortex (die noemen we hier Penny), doet het even niet meer. Op dat moment heeft het geen zin om door te zetten of uit te leggen. Eerst landen. Jij blijft kalm aanwezig, wacht de piek af. Gewoon er zijn is genoeg.

Als het kind weer een beetje bij komt, dan pas de jas. Rustig, kort, duidelijk. Diepe zucht, misschien een knuffel. “Het is tijd om je jas aan te doen. Wil je het zelf doen of wil je dat ik help je?” Geen lange nabespreking, daarna gewoon verder. Een A of B keuze geven kan helpen. En soms zijn ze vergeten waar ze zo boos over waren geworden en kun je met een kleine afleiding zonder het verder te noemen de jas aan trekken.

De grens verdwijnt niet. Het moment van doorvoeren verschuift.

Als je midden in de driftbui toegeeft leert je peuter: hard genoeg huilen werkt. Dat is het begin van een overlevingsstrategie.

Basisschoolkind (6-12 jaar)

Je kind mag niet nog een uur gamen. Wordt boos, zegt dat je de ergste ouder OOIT bent.

Ook een kind van tien kan even offline zijn, maar minder totaal dan een peuter. Laat de eerste piek even zakken. “We praten er zo over.” En kom er dan ook echt op terug. Niet laten versloffen, want dan leert je kind dat wachten werkt.

Als je kind weer aanspreekbaar is: grens herhalen zonder in discussie te gaan. “Ik snap dat je het vervelend vindt. Het antwoord blijft nee.” Niet ingaan op “maar gisteren mocht het ook” of “jij bent oneerlijk.” Je legt de grens één keer uit. Daarna herhaal je de grens, niet het argument.

Puber (12-18 jaar)

Je dochter wil later thuiskomen dan afgesproken. Begint te huilen, zegt dat je haar niet vertrouwt, dat al haar vriendinnen wel mogen.

Penny (de prefrontale cortex) is bij pubers structureel nog in ontwikkeling. Een puber in volle emotie kan echt niet goed redeneren. Midden in de ruzie de grens herhalen levert voor jullie allebei niets op. Neem even afstand, laat de emotie zakken. “Ik ga er niet nu over in discussie. We praten er straks rustig over.” En doe dat dan ook.

Het huilen kan ook echt zijn, dat maakt het extra lastig. Maar de grens hoeft niet te verdwijnen omdat er verdriet is. Gevoel erkennen én grens laten staan gaan goed samen.

Interessant om te beseffen is dat niet elke ouder hetzelfde reageert op elke emotie. De reactie die een emotie van je kind bij jou losmaakt zegt iets over je eigen triggers. Handig om die steeds meer te herkennen want daarmee kun je meer grip krijgen op je eigen emoties wanneer je kind even uit de bocht vliegt en je kunt ze makkelijker los van elkaar zien. Jij hebt jouw emoties en triggers en je kind heeft zijn of haar eigen emoties en triggers.

Penny en andere ‘brein-buddy’s’ ga je hier steeds vaker terug zien komen. Ze helpen ouders en kinderen gemakkelijk begrijpen wat er in hun hersenen en met hun emoties gebeurd. (ken je de film Elemental?) En als je weet hoe het werkt kun je het ook veranderen als dat nodig is.

Lees ook

Terug naar Grip op opvoeding