BPA-vrij, PFAS-vrij, loodvrij: wat er dan wél in zit
Vorig jaar heb ik mijn magnetronbakjes eens omgedraaid. Op de onderkant een driehoekje met een cijfer erin. Geen idee wat het betekende. Inmiddels heb ik alle plastic bakjes omgedraaid (of vervangen).
Het cijfer op de bodem van je bakje
Op veel plastic producten zit een recyclingdriehoekje met een cijfer van 1 tot 7. Deze resin identification code (RIC) of ”recyclecode” is in 1988 bedacht voor afvalscheiding, maar ze vertellen je indirect ook iets over hoe veilig een plastic is in contact met eten en drinken. Wat deze codes je niet vertellen is welke stoffen er in dat plastic zitten, en of die in je eten terechtkomen.
De vuistregel: 2, 4 en 5 zijn oké. Vermijd 3, 6 en 7.
Code 3 is PVC, de soort plastic waar ftalaten in zitten. Code 6 is polystyreen, die piepschuim bakjes en wegwerpbekers, bij verhitting komen daar stoffen uit vrij. Code 7 is een restgroep waar van alles onder valt, waaronder polycarbonaat, het harde doorzichtige plastic dat jarenlang BPA bevatte.
De codes 1, 2, 4 en 5 gelden als relatief veilig, zolang je ze niet verhit. Warmte versnelt de overdracht van stoffen naar eten/drinken. Bij code 1 (PET) is ”veilig” al discutabel. Dit zijn bijvoorbeeld de plastic flessen frisdrank. Sowieso niet om opnieuw te vullen. Door slijtage en warmte kunnen PET-flesjes hormoon verstorende stoffen afgeven. Misschien heb je wel eens die grote tray’s aan plastic drinkflesjes bij een tankstation of voor een winkel in de volle zon zien staan. Dat kan behoorlijk opwarmen.
Code 2 (HDPE) en 4 (LDPE) zijn de plastics van melkflessen, boterhamzakjes en huishoudfolie. Code 5 (PP, polypropyleen) heeft een hoog smeltpunt en is de veiligste keuze voor herbruikbare bakjes en hete dranken.
BPA zat jarenlang in veel alledaagse producten
BPA (bisfenol A) zorgt voor stevigheid in plastics en epoxycoatings. BPA werd jarenlang breed gebruikt in bepaalde harde plastics en epoxycoatings, onder meer veel in drinkflessen, voedselcontainers en blikcoatings.. BPA kan in het lichaam hormoonsignalen beïnvloeden, onder meer via oestrogeenreceptoren. Het is daarom aangemerkt als stof met hormoonverstorende eigenschappen.
Onderzoek brengt BPA in verband met effecten op voortplanting, ontwikkeling (o.a. vervroegde pubertijd), hormoonsystemen en immuunfunctie. Niet elk verband is even hard bewezen bij mensen, maar de zorgen waren zwaar genoeg voor EFSA en de EU om de normen fors aan te scherpen.
“BPA-vrij” zegt minder dan je denkt
Zodra BPA verboden werd, schakelden fabrikanten over op verwante stoffen. BPS en BPF komen uit ‘dezelfde familie’ bisfenolen. Een review uit 2015 concludeerde dat ze vergelijkbare hormonale activiteit kunnen vertonen als BPA, al zijn ze minder uitgebreid onderzocht.
Ftalaten maken zacht plastic soepel
Ftalaten zijn weekmakers. Ze zorgen dat hard PVC buigzaam wordt. Je vindt ze in huishoudfolie, zachte magnetronzakken en soms in goedkoop siliconen.
Ze kunnen los raken bij warmte en bij contact met vet voedsel. (EFSA, 2019) Kaas in folie, vis in een plastic zakje, hete patat in dat plastieken bakje, dat zijn de momenten met de grootste overdracht. Net als bisfenolen verstoren ze de hormoonhuishouding. Bij kinderen is dat extra relevant, omdat hun hormoonsysteem nog volop in ontwikkeling is.
Warmte en vet.
Plastic in rust is relatief stabiel. De overdracht versnelt zodra er warmte bijkomt, of contact met vet voedsel. Een koude fles water is een heel ander verhaal dan diezelfde fles na een dag in een warme auto. Of te kopen bij tankstations en voor winkels waar ze in de volle zon staan. Warmte kan de kans op het afgeven van stoffen uit verpakkingen verhogen. Daarom is het verstandig plastic flessen en verpakkingen niet langdurig in hitte te bewaren.
Praktisch gezien valt er veel winst te halen door in je keuze voor drinkflessen, eten niet in plastic op te warmen en vet of warm eten zo min mogelijk in plastic te bewaren.
Glas
Glas is voor bewaren en opwarmen een van de meest stabiele keuzes. Gebruik voor magnetron of oven alleen glas dat daarvoor bedoeld is, liefst borosilicaatglas of expliciet magnetronbestendig glas. Vermijd snelle temperatuurwisselingen, ook bij goed glas. Je kunt daarbij letten op het type materiaal en de gebruiksinstructie: borosilicaatglas, ovenbestendig, magnetronbestendig, vaatwasserbestendig.
Niet elk glas is hittebestendig. Gewoon drinkglas of een pot van de supermarkt is niet bedoeld voor de magnetron. Borosilicaatglas, is dat wel. Het type glas staat op de verpakking.
Roestvrij staal
RVS heeft geen coatings en roest niet bij normaal gebruik. Goed voor pannen, lunchboxen en drinkflessen, in principe voor het leven.
Bij pannen staat de kwaliteit soms aangegeven als 18/10 of 18/8. Die getallen verwijzen naar het percentage chroom en nikkel. 18/10 is de hoogste kwaliteit. Goedkoop RVS zonder aanduiding kan bij zuur voedsel of beschadiging of als het product nog helemaal nieuw is nikkel afgeven. Een drinkfles of lunchbox van een merk dat de samenstelling vermeldt is de veiligere keuze. En heb je een nikkelallergie, kies dan liever bewust voor goed RVS of een ander materiaal.
Keramische pannen
“Keramisch” klinkt natuurlijker dan het vaak is. De meeste keramische anti-aanbakpannen hebben een dunne coating op een metalen pan, meestal aluminium.
Veel keramische coatings zijn PFAS-vrij en PTFE-vrij. Dat is positief. Maar het woord “keramisch” is geen beschermde term. Het zegt dus niet automatisch dat je weet wat er precies in de coating zit.
Fabrikanten zetten op het label termen als: “geen lood, geen cadmium, geen PFOA.” Maar die stoffen zijn al verboden. Wat je wél kunt checken: staat er expliciet PFAS-vrij én PTFE-vrij op de verpakking? Wordt de coatingtechnologie bij naam genoemd, zoals Thermolon of Ceraforce? En durft het merk een garantie van vijf jaar of meer te geven? Keramische coatings slijten altijd, ook de goede. Na twee tot vijf jaar is een pan doorgaans aan vervanging toe.
Siliconen
Food-grade siliconen met een FDA- of LFGB-certificering geven bij normaal gebruik niets af. Siliconen kunnen prima zijn voor spatels, bakvormen, speentjes en bewaarbakjes. Maar kies wel voor goede kwaliteit. FDA-conform is mooi meegenomen, maar LFGB is strenger. Vooral bij producten die warm worden, zoals bakvormen of lepeltjes voor warm eten, zou ik geen goedkope onbekende siliconen kiezen.
De bekende “knijptest”, waarbij siliconen wit verkleuren als je erin knijpt, is geen officiële veiligheidstest. Je kunt hem gebruiken als extra signaal, maar niet als bewijs. Ruikt het sterk chemisch, voelt het plakkerig of komt het van een vaag merk? Laten liggen. Er zijn genoeg spatels op de wereld.
Hout
Massief hout is een fijne keuze voor spatels en snijplanken. Het bevat geen plastic weekmakers en geen anti-aanbaklaag. Kies bij voorkeur voor massief hout uit één stuk, zoals beuk, esdoorn, kers of eiken. Bij samengestelde planken, zoals sommige bamboeplanken, zijn losse delen aan elkaar gelijmd. Het is niet altijd duidelijk welke lijm of hars is gebruikt.
Hout is poreuzer dan plastic. Rauw vlees en daarna groenten op dezelfde plank is niet slim, ongeacht het materiaal. Twee planken is de praktische oplossing. Glas kan hygiënisch handig zijn voor rauw vlees, maar je messen worden er sneller bot van. Keuzes, keuzes.
Lees ook
Terug naar Low toxic leven